Gepubliceerde zaken

Op de webite www.rechtspraak.nl zijn onder meer de volgende zaken, waarin Tonci Bezmalinovic als advocaat optrad, gepubliceerd:

1. LJN: BA2470, Rechtbank Middelburg, 55044 / KG ZA 2006-228

Beslag op de bunkers en smeeroliën van een zeeschip waarbij de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Middelburg het toestond om voor de tweede keer op dezelfde bunkers beslag te leggen omdat het volgens de Voorzieningenrechter om nieuwe vorderingen ging die ten tijde van het eerste beslag nog niet opeisbaar waren.

2. LJN: BL7735, Rechtbank Dordrecht, 85379 / KG ZA 10-52

Vordering tot opheffing van beslagen op onder meer een huis en onder diverse klanten toegewezen omdat de wederpartij tijdens de procedure het betwiste originele contract – op grond waarvan de beslagen waren gelegd – kwijt had gemaakt (“uit de auto gestolen tijdens hond uitlaten”), zodat het onderzoek naar de echtheid van de handtekening niet meer mogelijk was. Tevens werd de vordering tot verbod op verdere conservatoire beslagen wegens misbruik van recht op straffe van een dwangsom toegewezen.

3. LJN: BO3012, Rechtbank Middelburg, 74867 / KG ZA 10-155

Vordering tot opheffing van conservatoir beslag op een Russisch schip toegewezen. Het beslag was gelegd op basis van een Russisch arbitraal vonnis dat in Rusland niet ten uitvoer gelegd kon worden. Gelet op het Verdrag van
New York zal het vonnis dan ook niet in Nederland ten uitvoer gelegd kunnen worden zodat naast de opheffing van het beslag op dit schip de vordering tot verbod op nieuwe conservatoire beslagen op dit schip dan wel andere schepen van dezelfde Russische eigenaar op straffe van een dwangsom werd toegewezen.

4. LJN: BJ7444, Gerechtshof ‘s-Gravenhage, 105.004.165/01 en 105.005.577/01

Perikelen rond een scheepsbeslag. Geen opheffing in kort geding van een bewarend beslag ex art. 47 lid 2 Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (“EEX-Vo”) dat valt onder de uitzondering van art. 1 lid 2 Beslagverdrag 1952.

5. LJN: BD3042, Gerechtshof ‘s-Gravenhage, C 07/279

Onder de omstandigheid dat vast staat dat de werknemer met machine’s werkt die gevaar kunnen opleveren bij onzorgvuldig gebruik in samenhang met het gegeven dat de werknemer in die periode in zijn vrije tijd cocaïne gebruikte, kan van de werkgever, zeker gelet op de aard van de werkzaamheden (het werken met gevaarlijke machines) redelijkerwijs niet gevergd worden de arbeidsrelatie te laten voortduren. Dit wordt niet anders door de stelling van de werknemer dat hij de cocaïne niet onder werktijd gebruikte, nu er weinig zekerheid is dat dergelijk harddrugsgebruik te reguleren valt. Het feit dat de “verkeerde” vennootschap binnen de groep het ontslag op staande voet had gegeven speelde geen rol nu zowel de werkgever als werknemer immers hetzelfde bedoeld respectievelijk begrepen hebben, te weten: de wens van de werkgever (in de persoon van de leidinggevende) om de werknemer op staande voet te ontslaan wegens een dringende, onverwijld meegedeelde reden.